Ervaringsverhalen van begeleiders

Bij het begeleiden van een cliënt met suikerziekte komen soms lastige dilemma’s naar voren. Er zijn vaak geen kant-en-klare oplossingen te bedenken. Je bent niet de enige die soms dilemma’s tegen komt.

Dit lees je in ervaringsverhalen van andere begeleiders:

  • Bewegen: Begeleider Henk

    "Aan beweging zitten twee kanten, soms is het oppassen geblazen” 

    “Mijn cliënt Karel werkt in de horeca en gaat daar op de fiets naar toe. Hierdoor is hij in de week sowieso al in beweging. Maar we moeten wel oppassen. Aan die beweging zitten twee kanten. Bewegen is goed, maar als iemand veel beweegt gaat zijn suiker omlaag. Hier proberen we bij Karel rekening mee te houden, ook als hij ‘s avonds nog wil fitnessen.”

  • Bewegen: Begeleider Aaliya

    “We hebben een vorm van beweging gevonden die ze echt leuk vindt” 

    “Een cliënt vond bewegen in een fitnesszaal niet leuk. Nu hebben we daar iets op gevonden. Ze is helemaal gek van honden. Er is nu een vrijwilliger die elke week met de hond komt om samen met de cliënt een stukje te wandelen, na afloop rennen ze met z’n tweeën altijd een klein rondje. Zo komt ze op een leuke manier toch aan haar beweging.”

  • Dagelijks: Begeleider Jolien

    “Doorvragen is heel belangrijk.” 

    “Ik zat met mijn cliënt bij de dokter, en de dokter vroeg van die ja/nee vragen: ‘heb je last van dit, heb je last van dat?’ Mijn cliënt zei dan ja of nee, maar ook op dingen waarvan ik helemaal niet wist dat hij er last van had. Ik vroeg toen door van: op welke momenten voel je dat je daar last van hebt? Begrijp je wat de dokter bedoelt? Toen zei hij dat hij eigenlijk niet begreep wat de dokter bedoelde.“ 

  • Dagelijks: Begeleider Fatima

    "Hij begreep niet helemaal wat wij bedoelden” 

    “Wij hadden het bij hem zo gedaan dat hij als hij ging sporten altijd een flesje limonade mee nam, voor het geval zijn suiker door het sporten te laag zou zitten. Het gevolg was dat hij dacht dat hij na het sporten het flesje limonade op moest drinken. Hij gebruikte het niet meer uit nood, maar nam het nu elke keer na het sporten. Met als gevolg dat als wij 's avonds zijn suiker gingen prikken deze weer erg hoog was. Dat was natuurlijk ook niet de bedoeling. Dit hebben we hem proberen uit te leggen, nu doet hij dat niet meer. “

  • Dilemma's: Begeleider Omar

    “Het dilemma zit in gezondheid versus welzijn”

    “Wat ik lastig vind is dat mijn cliënt gewoon een hele forse- eigenlijk veel te dikke – man is. Zijn grootste hobby is eten en hij wordt er heel ongelukkig van als hem dat ontnomen wordt en daar zit voor mij persoonlijk en voor mijn collega’s wel het grootste knelpunt, want hij doet dus vreselijk ongezond. Hij eet echt heel veel, beweegt nauwelijks en je ziet hem gewoon in zijn conditie achteruit gaan. Hij moet ook steeds meer insuline gaan spuiten, want hij krijgt het eigenlijk niet bijgespoten. Het dilemma zit dus aan de ene kant dat je wilt waken voor zijn gezondheid en aan de andere kant ook voor zijn psychische gezondheid en zijn welzijn.”

  • Dilemma's: Begeleider Jos

    “Wanneer schakel ik een arts in?”

    “Ik vind het soms lastig inschatten wanneer we een arts inschakelen of wanneer niet. Ik weet soms niet direct hoe ernstig iets is, en wat voor gevolgen dat kan hebben voor iemand die diabetes heeft als bijvoorbeeld een wondje open ligt, dat soort dingen. Wat moet je in welke situatie doen. In zo’n geval heb ik telefonisch overleg met de arts. Maar je wilt niet om elk dingetje bellen. Dus het inschatten blijft soms lastig."

  • Dilemma's: Begeleider Ria

    “Er zijn altijd wel ergens mazen in het net”

    “We proberen haar zo goed mogelijk te begeleiden in haar eetgedrag. Ze mag niet zo veel cola, hier hebben we haar werk ook van op de hoogte gesteld. Zij proberen haar niet te stimuleren om cola te drinken. Maar de mazen zijn wel in het net. De supermarkt is hier vlakbij, daar loopt ze vaak langs, soms koopt ze stiekem een blikje cola, en probeert ze het ongemerkt mee naar binnen te nemen.”

    Het is als begeleider vaak een samenspel tussen de cliënt beschermen, leiden en loslaten. Hier kun je niet altijd wat aan doen. Zoals deze begeleider treffend zegt: er zijn altijd mazen in het net. Wees je bewust dat je niet alles kunt voorkomen. Accepteer dat je niet alles kunt voorkomen en stel geen doelen die niet haalbaar zijn.

  • Houding: Begeleider Ingrid

    “Ik probeer haar positief aan te spreken” 

    “Maakt ze zich zorgen over haar suikerziekte?” “Nee, ze is vaak trots dat ze weer is afgevallen en ze zegt het ook als ze niet is afgevallen. Zoals vorige keer zei ze ik ben wel aangekomen,... Nou, dan zeg ik geeft niet dan heb je weer motivatie om weer af te vallen. Ik probeer haar positief aan te spreken. Zij heeft al wat faalangst het is niet fijn voor haar als zij dingen hoort die niet goed zijn, zij groeit echt van dingen die goed zijn, dus het is gewoon de kunst om haar steeds weer die motivatie te geven.”

  • Houding: Begeleider Mehmed

    “Mijn cliënt is angstig als het gaat om zijn suikerziekte” 

    “Ik vind het soms moeilijk om te zorgen dat hij niet teveel eet. Ik word al gauw een politie agent. Mijn cliënt is soms ook heel bang voor de suikerziekte. Mensen die hij kent zijn door suikerziekte ledematen verloren of zelfs overleden.

    Maar het tegenstrijdige is, dat als je uitlegt van: je kunt dat en dat beter niet eten, en je legt uit dat het komt door de suikerziekte, dan wordt hij angstig en dan gaat hij zich alleen maar rotter voelen en meer eten. Maar ik vertel het toch, want het beklijft altijd wel even en dan begrijpt hij het en vindt hij het goed, maar dat is een kwestie van minuten.”

  • Emoties: Begeleider Ellen

    “Uiteindelijk bleek dat ze een emotie eter was” 

    “De cliënt ging steeds meer eten. Ik wilde in kaart brengen hoe dat kwam en ben toen maandrapportages gaan opstellen. Toen zag je heel goed dat het kwam doordat ze stress had. Dit kwam omdat er veel onduidelijkheden waren voor haar. Dan was er weer wat voorgevallen en dan ging ze ‘s middags uit de vuilniszakken eten halen, of ze nam een slagroomspuit mee en die ging ze in de keuken in haar mond leeg spuiten, dat soort dingen. Ik heb toen duidelijke afspraken gemaakt, niet alleen over eten, maar over alles. En iedereen, ook andere begeleiders en familie, hield zich daaraan. En toen minderde dat gedrag heel erg sterk. Tot op heden snaait ze weinig. De begeleiding is nu minder intens geworden op haar eetgedrag. Ik kan haar nu eerder alleen in de keuken laten dan andere bewoners.”

  • Emoties: Begeleider Jeroen

    “Hij wordt soms boos als hij niet alles mag eten”

    “Als je tegen mijn cliënt zegt: Je hebt suikerziekte dus je kunt beter die gevulde koek niet nemen. Dan negeert hij gewoon dat hij die ziekte heeft. Hij weet dat hij ziek is, maar hij wil het eigenlijk niet weten. Want het beperkt hem in zijn eetgedrag. We proberen het positief te sturen, bijvoorbeeld als hij extra wil opscheppen dan zeggen wij: ‘Doe dan maar wat groente ofzo...’ De ene keer lukt het goed om hem te sturen, de andere keer vindt hij het onredelijk. Dan wordt hij er boos om. Het is net wat voor pet hij op heeft die dag.”

  • Eten: Begeleider Yasmin

    “We maken het brood eten speciaal” 

    “Ja, bij het ontbijt of de lunch kan hij beleg heel dik smeren, zoals  hele dikke lagen boter. We hebben nu een vershouddoos voor hem en daar zitten speciale light spullen in – speciaal voor hem– en daar houdt hij zich goed aan. Hij voelt zich er op een positieve manier speciaal door.”

  • Eten: Begeleider Kim

    “Het dieet proberen we vooral leuk te maken"

    "Kelly volgt een leuk dieet. Eerst had ze een heel erg streng dieet en dit werd zo nauw in de gaten gehouden dat ze eigenlijk de draad kwijt was. Toen heb ik het daar met haar vader over gehad en die is met haar naar een diëtiste gegaan. Die hebben samen een dieet opgesteld,  en het was een leuk dieet, weet je wel, ‘s avonds mag zij bijvoorbeeld rauwkost bij haar eten wat de rest dan niet heeft, en zij heeft speciale toetjes die zij mag kopen. Zo maken wij het leuker voor haar, toen had ze zo iets van “hé, hier wil ik wel aan meewerken”. Ze mocht dan speciale 30+ kaas kopen voor mee naar haar werk, echt van die pakjes kaas, dat vindt ze ook helemaal geweldig, dan had ze haar eigen mandje en daar zaten allemaal lekkere dingen in. De rollen waren omgedraaid: eerder mocht zij dingen niet en nu mogen de andere dingen niet die zij wel mag, dat geeft haar een positie waar zij zich echt lekker in voelt.”

  • Eten: Begeleider Mo

    “We proberen zijn aandacht af te leiden."

    “We spelen in op zijn doen-en-laten. Hij zit bijvoorbeeld naast een grote, brede kerel die best wel wat kan eten en die ook heel veel lichaamsbeweging heeft. Ik zorg er altijd voor dat mijn cliënt eerst een bordje heeft en dan de medebewoner, want als mijn cliënt zijn bordje heeft gaat hij helemaal op in het eten en ziet hij niet hoe groot de porties zijn die zijn medebewoner krijgt.”

  • Eten: Begeleider Henk

    "Bij haar was een half toetje de passende oplossing” 

    “We proberen te zorgen dat ze niet teveel koekjes in haar eigen voorraad heeft. Maar ze pikt ook wel eens een pak vla uit de koelkast hoor.  Het lijkt wel een soort zucht naar zoetigheid,  terwijl ze heus wel zoetigheid krijgt hoor. In het begin kreeg ze een ander toetje, zeg maar van die gezonde yoghurt. En andere mensen kregen dan wat er was, vanillevla of een lekker puddinkje ofzo. Nou dan was ze echt boos want dan voelde ze zich tekort gedaan. En dat kon ik me eigenlijk wel indenken. Zo kreeg ze wel eens een schepje van dat andere in haar yoghurt. Nou dat was ‘m eigenlijk ook niet. Dus nu krijgt ze gewoon een half toetje. En dan is ze wel gewoon tevreden. En dan heeft ze net hetzelfde gekregen als een ander maar iets minder. Maar dat vindt ze niet zo erg.”

  • Eten: Begeleider Iris

    “We weten precies wat hij lekker vindt” 

    “De bewoners eten ‘s avonds altijd samen, scheppen bij iedereen de maaltijden op. Soms vraagt mijn cliënt of we extra willen opscheppen’, dan krijgt hij dat, maar daar hou ik bij de eerste keer opscheppen al rekening mee, want ik weet precies wat hij lekker vindt.“

  • Groepsituaties: Begeleider Tom

    "Ze heeft een snack dag op het werk."

    “Ze begrijpt heel goed dat ze niet zo veel vet mag eten, hier houd ze zich ook vaak aan. Op haar werk hebben ze donderdag een snack dag dan nemen ze geld mee en kunnen daar ter plekke een vette hap kopen. Dan zegt ze: ik hoef die vette dingen niet, dat is niet goed. Nou, en nu hebben we een alternatief bedacht, we kopen woensdags meestal een broodje met sla, komkommer en tomaat en dan mag ze kiezen: ham of kaas of kipfilet en dat neemt ze dan donderdags mee naar haar werk. Ze heeft daar ook geen moeite mee.”

  • Groepsituaties: Begeleider Kirsten

    “Medebewoners moeten soms ook wennen aan gevolgen van iemand met diabetes”

    “Omdat Kees geen maat kan houden en op zoek gaat naar koek en snoep doen we nu de kast op slot. Zijn medebewoners reageren hier niet meer boos op. Het koste wat tijd voor de medebewoners om er aan te wennen, maar het is nu normaal. Als je dan ’s morgens hier komt, van huis uit, dan zeggen ze soms ‘ohja, ik wil ontbijten maar de kast is nog dicht’. Dus het eerste wat je doet ‘s morgens is de kast openmaken. Dat zijn ze inmiddels gewend.”

  • Groepsituaties: Begeleider Ina

    “Frans spoorde anderen aan om hun eten aan hem af te staan” 

    “Frans spoorde anderen soms aan om hun eten aan hem af te staan. Het was moeilijk om dat te begeleiden. De cliënt eet nu ‘s morgens pas nadat de rest gegeten heeft. De cliënt wordt om half negen gewekt, dan gaan de anderen de deur uit. Dat doen we met opzet zodat we hem daarna individueel kunnen begeleiden bij het eten. Maar in het weekend, als iemand anders langer slaapt, dan probeert hij een ander altijd zover te bewegen om een paar boterhammen extra te smeren, of beleg van tafel te pakken. De anderen werken hierin mee. Hij heeft een bepaalde onbevangenheid en openheid waardoor hij alles makkelijk krijgt.”

  • Groepsituaties: Begeleider Hamid

    “Ik benadruk het positieve” 

    “Soms probeer ik de gezondere levensstijl van Thea als voorbeeld te nemen voor anderen. Bijvoorbeeld bij een traktatie, als ze een ander wel vier roomsoesjes ziet nemen en zij krijgt er maar twee dat is soms wat pijnlijk voor haar. Dan probeer ik het positieve er van te benadrukken. Dan zeg ik soms wel naar iemand - die vrij stevig is en die maar van die roomsoesjes naar binnen zit te werken– ‘zo is het wel genoeg, neem een voorbeeld aan Thea die houdt het bij twee’. Dan acteer ik het een beetje, dan voelt zij zich gewaardeerd en ziet dat je een ander op zijn plek zet. Het is mooi, dat ze zo ook af en toe iets positiefs hoort. Maar je moet wel alert blijven. Het is toch een groepsgebeuren waar je in zit.”

  • Keuzes: Begeleider Irene

    ‘We proberen de situatie in te schatten en daar op in te spelen’ 

    “Aan de ene kant proberen we hem te beschermen in zijn gezondheid, maar aan de andere kant ook weer niet volledig. We hebben bijvoorbeeld het zoet beleg en het brood achter slot en grendel staan, anders blijft hij de hele dag door eten. Als je hem de keuze zou stellen tussen friet en een gewone maaltijd zal hij altijd voor friet kiezen, dus soms leggen we hem gewoon de keuze niet voor of maken er van te voren al een grapje over: je mag een toetje kiezen, maar geen slagroom met ijs, he? Dan lacht hij daar op zich wel om en zegt: o ja, doe dan maar iets anders.”

  • Keuzes: Begeleider Ilse

    “Bij ons staat de cliënt centraal”

    “Een cliënt met diabetes begeleiden is voor mij niet zwaarder dan iemand anders begeleiden. Maar ik moet bij een cliënt met diabetes extra opletten wat ze allemaal eet op een dag. Ik probeer een beetje in het midden te houden of het niet teveel of te weinig is. Want voordat ze diabetes kreeg at ze ook al veel. Ik schep wel net als bij de andere bewoners haar eten op. Zo beïnvloed ik toch een beetje de hoeveelheid voedsel die ze tot zich neemt, maar de cliënt staat centraal, en daar proberen we zo goed mogelijk rekening mee te houden.”

  • Medicatie: Begeleider Joke

    "Ze prikt zelf."

    “Wij stellen de insulinepen in en blijven er bij staan. Soms doet ze het goed, soms geven we aanwijzingen over de plek: nog ietsje hoger, ietsje lager, en dat gaat goed. Als het helemaal niet gaat, bijvoorbeeld als ze zich niet lekker voelt, doen wij het. Laatst hebben we iets bedacht voor het glucose prikken. Zij heeft vaak koude handen en dan moet je zo knijpen. En dat heeft invloed op het bloedsuiker want dan krijg je geen goed beeld. We zeggen nu tegen haar dat ze altijd moet zorgen dat ze goede warme handen heeft voor we gaan bloed prikken. Dat voelt voor haar dan als een hele verantwoordelijkheid waar ze haar best voor doet. We leggen ook steeds uit wat alles betekent en dat vindt ze leuk. Zo vergroten we haar motivatie. Vooral de extra aandacht vindt ze leuk.”

  • Medicatie: Begeleider Hans

    “Achteraf bedoelde hij heel wat anders” 

    “Eigenlijk luisterde we niet goed naar de cliënt, achteraf hadden we met doorvragen de signalen die de cliënt gaf beter kunnen interpreteren. Bij het toedienen van insuline zei de cliënt af en toe: ‘het is te laag.’ We dachten dat hij bedoelde dat de dosis insuline is te laag was. Hierom hebben we een paar keer bijgespoten. Toen ging ik doorvragen: wat is te laag? Bleek dat hij bedoelde dat zij suikerwaardes te laag waren. Als begeleider ken je de cliënt wel goed, maar je moet toch oppassen dat je niet te snel conclusies trekt. Blijven checken.”

  • Medicatie: Begeleider Bea

    “Wij werken samen” 

    “We vinden zelf doen heel belangrijk, maar het moet wel te doen zijn. Hij kan het niet helemaal zelfstandig, dus doen we het samen. We proberen hem er zoveel mogelijk bij te betrekken, hij pakt vaak zelf zijn spullen, dus dan heeft hij het curven apparaatje klaarliggen, z’n insulineplaatje, en een naaldje erbij liggen. Als hij dan heeft gemeten leest hij het af. Dan staat er bijvoorbeeld een vijf en een negen, maar hij weet niet dat dat 5,9 is. Wat de cijfers betekenen is lastig. Dus dat pakken wij dan weer op, het is een samenwerking.”

  • Samenwerking: Begeleider Marcel

    “Moeilijk om steeds goed  te communiceren met andere begeleiders” 

    “Hij heeft zakgeld, 5 euro per week, wat hij zelfstandig mag besteden. En het gebeurt natuurlijk wel dat ie daar wel wat lekkers van koopt. Er is een tijd geweest dat hij alle bonnen inleverde, omdat er van tevoren afspraken waren met wat hij mocht kopen. Door afspraken te maken kunnen we een kader schetsen waar hij zich aan moet houden. Maar het is heel lastig hoor, je moet dat dan toch steeds goed communiceren met andere begeleiders. Laatst was ik op vakantie, en heeft de tijdelijke begeleider het niet overgenomen. We hebben het oude ritme nog niet op kunnen pakken. Nu is hij dus weer vrij om te besteden wat hij wil.”

  • Samenwerking: Begeleider Yasmin

    “Concrete afspraken van beide kanten opstellen en laten tekenen” 

    “Ik heb samen met mijn cliënt een soort contract opgesteld  die wij beiden hebben ondertekend. Waarin afspraken stonden die hij moest nakomen, maar ook dingen die ik moest nakomen. Zodat het geen een, maar tweerichtingsverkeer werd. Hij kan mij nu ook aanspreken als ik iets doe wat we niet hebben afgesproken. Zo ontstaat er ook meer vertrouwen. Ik vind het belangrijk om eerlijk en duidelijk naar elkaar te zijn.”

  • Samenwerking: Begeleider Eefke

    "De fysiotherapeut past goed bij Henk"

    “Henk houdt niet van bewegen, maar door de benadering van de fysiotherapeut gaat het best goed. De fysiotherapeut gaat met heel veel humor met hem om, dat werkt voor Henk. Henk komt voor het bewegen nu speciaal naar beneden en dat is voor hem heel wat. De fysiotherapeut kan hem dus een beetje uitlokken en in beweging houden zonder dat Henk daar boos om wordt. Dat vind ik echt wel een talent. Henk beweegt hierdoor nu twee keer in de week.”

  • Samenwerking: Begeleider Isa

    “Belang één lijn in de afspraken” 

    “Kim ging steeds veel eten als er iets voor haar onduidelijk was. Toen dacht ik hé hier klopt iets niet ja, en toen heb ik allemaal afspraken gemaakt want cliënt hangt aan afspraken dat geeft haar duidelijkheid. Dus die afspraken heb ik met haar weer duidelijk opgesteld en iedereen hield zich daaraan, elke begeleider wat ook heel belangrijk is natuurlijk. Anders kan ze ook heel goed mensen gaan uitspelen onder elkaar omdat ze die duidelijkheid wil. En toen minderde dat gedrag heel erg sterk. Tot op heden snaait ze heel weinig. De begeleiding is nu veel minder intens geworden op haar eetgedrag. Ik kan haar nu eerder alleen in de keuken laten dan andere bewoners.”

  • Samenwerking: Begeleider Joke

    “Ik probeer mee te gaan ter ondersteuning”

    “Ik probeer meestal mee te gaan als mijn cliënt naar een specialist gaat. Hij kan het ook alleen hoor, maar als ik er bij zit kan ik hem ondersteunen en ook kijken naar zijn woonsituatie. Zoals bijvoorbeeld bij de diëtist, dan kunnen de diëtist, Kees en ik met zijn drieën kijken welke producten er geschikt zijn voor Kees, die ook voor de woongroep geschikt zijn. Dat maakt het voor ons als begeleiding en voor Kees makkelijker. Ik ga niet altijd mee, maar dan bel ik soms wel eens na, of heb met de specialist afgesproken dat hij veranderingen doormailt. Ik leg Kees altijd uit waarom ik mee ga of nabel, dat het niet gaat om te controleren, maar om helpen en te ondersteunen. Dat vindt hij goed. Ik doe alles in overleg met hem.”

  • Speciale situaties: Begeleider Ellen

    “Hij mag met feestdagen gewoon met alles mee eten” 

    “Ik bespreek met mijn cliënt dat kerst er aan komt. Wij laten de cliënt gewoon met alles mee eten, we houden er dan met prikken rekening mee. Als we weten dat we straks uitgebreid gaan kerstontbijten en we weten dat zij bijvoorbeeld laag in haar suiker zit, en zij eigenlijk een boterham moet eten, dan wachten we met die ene boterham. Maar daarin zijn we wel duidelijk waarom het deze keer wel mag en een andere keer niet.”

  • Speciale situaties: Begeleider Suzanne

    “Uit deze lekkere dingen mag je kiezen” 

    “Op verjaardagen hebben we vaak een lekkere koek natuurlijk. Dan zeg ik tegen haar: ‘We hebben appeltaart vandaag. Van mij mag je een stuk daarvan, maar dan moeten we het ijsje wat we als toetje hebben maar laten staan vandaag. Jij mag kiezen wat jij wil.’ En dan laat ik haar kiezen. Dat geeft haar duidelijkheid.”

  • Speciale situaties: Begeleider Farah

    "We geven een light feestje"

    “Bij de verjaardag van cliënt hebben we een ‘light’ feestje gehouden. Ze vond het  heel leuk ze vond het echt een uitdaging om light dingen te kopen zoals aardbeien en ingrediënten om lekkere mee te salades maken. Kaas en worst mag ze dan ook, maar we zorgen dat er net iets meer gezondere snacks liggen. Verder willen we haar niet beperken die dag, want ze is jarig.”

  • Speciale situaties: Begeleider Jasper

    “We overleggen samen, zo blijft het voor hem toch leuk” 

    “Soms neem hem in bescherming als er weer eens een verjaardag is. Als er dan een feestje is overleg ik samen met hem van ‘of je doet voor één keer een gebakje maar dan vermijdt je de hapjes of..’. Dat we een compromis sluiten. Dan overleg ik wat hij wil en dan spreken we dat af. Nu komt hij dan zelf ook wel eens bij me van ‘wat zal ik doen?’, weet je wel. Dat we dat samen overleggen. Zo blijft het voor hem toch ook leuk.”